Selecteer een pagina

Tennisarm

Regelmatig krijg ik nu vragen over tennis elleboog/arm. Wat het precies is en wat het doet heb ik voorgelegd aan huisarts Kees Rietsema. Hij was bereid een antwoord te geven en stuurde naar mij deze patiëntenbrief. Het is fijn dat een huisarts ons wilt helpen vragen op medisch gebied te beantwoorden.

Tennisarm algemeen
Versiedatum: februari 2003
Deze patiëntenbrief is bedoeld als ondersteuning van het consult door de huisarts. De huisarts geeft de brief mee aan patiënten met de betreffende ziekte of aandoening. De tekst gaat ervan uit dat de patiënt al door de huisarts is gezien en dat de informatie uit de brief is besproken.

De adviezen in de brief gelden alleen voor mensen bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de huisarts. Bedenk bij het lezen dat uw gezondheidssituatie anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven.

Wat is een tennisarm?
We spreken van een tennisarm als de plek waar de onderarmspieren aan uw elleboog vastzitten, geïrriteerd is. Dit plekje noemen we de buitenste elleboogknobbel. Bij bepaalde bewegingen doet deze plek pijn. Soms zit de irritatie aan de binnenste elleboogknobbel. Dan noemen we het een golfarm.

Wat zijn de klachten?
Een tennisarm doet pijn wanneer u uw hand dichtknijpt, uw pols naar achteren buigt en uw onderarm naar buiten draait. Bijvoorbeeld als u schroeven indraait, een handdoek uitwringt, een kind optilt of als u bij tennis een backhandslag maakt. De pijn zit op of rondom de buitenste elleboogknobbel en kan uitstralen in de onderarm. Wanneer u op deze plek drukt is het gevoelig.

Hoe ontstaat het?
Hoe een tennisarm ontstaat is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk zijn de onderarmspieren die aan de buitenkant uw elleboog vastzitten overbelast, bijvoorbeeld door voortdurend herhalen van dezelfde beweging (zoals bij schilderen) of door plotselinge, zware belasting zonder voorbereiding (zoals bij tennissen zonder goede warming up). Daardoor ontstaan kleine scheurtjes in de pezen waarmee deze spieren aan de elleboog vastzitten. Door deze beschadiging kan een ontsteking ontstaan die pijn veroorzaakt.

Adviezen
Een tennisarm gaat vanzelf over, al kan dat maanden duren. U kunt het natuurlijk herstel gerust afwachten. In de tussentijd is het verstandig uw arm zo veel mogelijk te blijven gebruiken, ook als het pijn doet. Bewegen terwijl u pijn heeft, kan geen kwaad. In tegendeel: daarmee houdt u uw spieren in goede conditie. Wordt de pijn erger, dan kunt u het beter enkele dagen wat rustiger aan doen. Absolute rust van de arm is niet noodzakelijk.

Er is niets bekend dat de genezing kan versnellen. Wel zijn er verschillende maatregelen die u kunt proberen om de pijn wat te verlichten. Bijvoorbeeld koelen met ijs, rekoefeningen, fysiotherapie of het dragen van een steunband, tape, spalk of zelfs gips.

Medicijnen
Tegen de pijn kunt u paracetamol gebruiken, bijvoorbeeld viermaal daags één tot twee tabletten paracetamol van 500 mg. Wanneer u deze op vaste tijden inneemt, voorkomt u dat de pijn terugkomt. Als dat onvoldoende helpt, kunt u een andere pijnstiller proberen zoals diclofenac, ibuprofen of naproxen. De laatste drie middelen kunnen maagdarmklachten geven.

Als u langdurig heftige pijn houdt en in uw dagelijkse bezigheden wordt belemmerd, dan is behandeling met een injectie te overwegen. Hierbij wordt een ontstekingsremmer (corticosteroïde) in de gevoelige plek gespoten. De pijn kan hierdoor gemiddeld 2 tot 6 weken sterk verminderen of verdwijnen, maar uw arm geneest er niet sneller door. Na de prik moet u pijnlijke bewegingen vermijden. Absolute rust, een mitella of een verband zijn niet nodig. Heeft de prik na twee weken nog niet geholpen, dan kunt u een tweede en eventueel een derde prik proberen, met tussenpozen van minstens twee weken. Per jaar mag u maximaal vijf injecties hebben. De eerste paar dagen na een injectie kan de pijn tijdelijk wat verergeren. U kunt dan een van de genoemde pijnstillers gebruiken.

Hoe gaat het verder?
Een tennisarm gaat vanzelf over. Hoelang het duurt is moeilijk te voorspellen. Bij de een duurt het zes weken, bij de ander drie jaar. Gemiddeld duren de klachten ongeveer negen maanden.


Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap

Share This