Selecteer een pagina

Morfinefabels

Tijdens bezoek aan een ziekenhuis (2009) vond ik een folder over fabels en feiten over morfine. Deze folder werd samengesteld door drs. E.M. Delhaas (anesthesioloog van Zuiderziekenhuis te Rotterdam), D.van Steijn (verpleegkundig specialist Thuiszorg IJssel Zwartewater) en drs. J. Schuurmans (huisarts te Groesbeek).


Wetenswaardigheden over morfine
Er wordt zoveel gesproken over morfine. De een zegt dat morfine verslavend is en gegeven wordt aan mensen die in een eindstadium zijn bij kanker. Toch zijn er nog veel fabels over morfine. In de folder worden ze nog eens allemaal op een rijtje gezet. Een waardevolle folder dat eindelijk met feiten komt. De moeite waard om dit artikel eens te lezen. Uw arts gaat u behandelen met morfine om uw pijn onder controle te krijgen. Het gebruik van morfine kan bij u, uw familieleden of anderen in uw naaste omgeving, wellicht een aantal vragen oproepen. Deze folder (wat u nu leest) is bedoeld om die vragen te beantwoorden en u op de hoogte te brengen van fabels en feiten over morfine. Mocht u na het lezen van deze folder (dit artikel) nog vragen hebben, bespreek die dan met uw arts. Hij/zij kan en zal altijd bereid zijn om duidelijkheid te geven.

De functie van pijn
In het algemeen is pijn een belangrijk signaal. Het waarschuwt ons dat iets niet in orde is in ons lichaam. Meestal verdwijnt de pijn als de oorzaak ervan is weggenomen. Maar soms kan de oorzaak niet worden weggenomen (zoals bijvoorbeeld bij goedaardige aandoeningen als reuma en bij bepaalde kwaadaardige aandoeningen) en heeft de waarschuwende functie van pijn geen zin meer. Goede pijnbestrijding is dan hard nodig. Langdurige ernstige pijn is goed te bestrijden met medicijnen. Morfine neemt een belangrijke plaats in als pijnstiller. Het is niet alleen een krachtig middel, maar er is ook heel veel ervaring mee opgedaan. Er zijn al miljoenen patiënten mee behandeld. Toch bestaan er nog veel onduidelijkheden over morfine.

Morfine: fabels en feiten

Over morfine bestaan tal van fabels die we voor u zullen proberen te ontzenuwen.

* Fabel: Morfine als pijnstiller zou verslavend zijn.
> Feiten: Verslaving is onder te verdelen in geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid. De geestelijke afhankelijkheid is de drang om een snelle ‘kick’ te krijgen. De morfinetabletten die uw arts voorschrijft, geven heel geleidelijk morfine af. U kunt dus nooit een snelle ‘kick’ krijgen. Bovendien gaat pijn verslaving tegen. Als u morfinetabletten als pijnstiller gebruikt, is de kans op geestelijke afhankelijkheid dus zeer gering. Zoals bij bijna ieder geneesmiddel dat langdurig wordt gebruikt, went het lichaam na verloop van tijd aan morfine. Op zich kan dit geen enkel kwaad. Alleen als het gebruik van morfine plotseling wordt gestaakt, kan dat zogenaamde onttrekkingsverschijnselen tot gevolg hebben. Dit kan worden voorkomen door de dosering geleidelijk te verlagen.

* Fabel: Morfine zou ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken
> Feiten: Bij de behandeling van pijn met morfinetabletten spelen ademhalingsmoeilijkheden geen enkele rol. Alleen te hoog gedoseerde morfine-injecties in de aderen kunnen negatief werken op de ademhaling.

* Fabel: Morfine zou sufheid in de hand werken.
> Feiten: Sufheid is een bijverschijnsel dat kan optreden tijdens de eerste dagen van de behandeling met morfine. Vaak wordt echter de innerlijke rust, die optreedt als men geen last meer heeft van pijn, verward met sufheid en slaperigheid. Omdat pijn geen spelbreker meer is, kunt u beter slapen en na enkele dagen weer op krachten zijn om deel te nemen aan het sociale leven.

* Fabel: Van morfine heb je steeds meer nodig.
> Feiten: Zoals u eerder heb kunnen lezen, is de kans op verslaving aan morfine zeer gering. De reden dat de dosering van morfine zo nu en dan wordt aangepast, is omdat de pijn toeneemt. Er is dan meer morfine nodig om de pijn te kunnen stillen. Daarbij is het goed om te weten dat de dosering van morfine in principe geen bovengrens heeft. Er zijn mensen die het honderdvoudige van de dosering waarmee ze zijn gestart, krijgen toegediend.

* Fabel: Morfine is het laatste redmiddel.
> Feiten: Als de morfinetabletten niet meer zouden werken, dan zijn er nog genoeg andere mogelijkheden. Zo kan morfine ook via een infuus worden toegediend of uw arts kan besluiten om over te stappen op andere morfine-achtige stoffen. Maar omdat de dosering van morfinetabletten geen maximum heeft, hoeft het meestal niet zover te komen.

* Fabel: Morfine heeft veel bijwerkingen
> Feiten: Net als bij ieder ander geneesmiddel kunnen met morfine ook bijwerkingen optreden. De meest voorkomende bijwerking is verstopping van de darmen (obstipatie). Daarom zal uw arts u altijd een recept geven voor een laxerend middel. De meeste andere bijwerkingen treden alleen op in het begin van de behandeling. Zo kan in een aantal gevallen misselijkheid optreden. Deze verdwijnt na een aantal dagen. Is dat niet het geval, dan kan uw arts u een middel tegen misselijkheid voorschrijven.

* Fabel: Morfine wordt alleen gebruikt in het eindstadium van kanker.
> Feiten: Zo’n 25% van de morfinetabletten wordt gebruikt door patiënten met langdurige, niet door kanker veroorzaakte pijn. Morfine kan dus jaren achtereen als pijnstiller worden gebruikt en niet alleen in het eindstadium van kanker.

Belangrijke aanwijzingen

Houd goed overleg met uw arts.
Bij het instellen van de behandeling met morfine is het belangrijk dat uw arts weet of een bepaalde dossering de pijn wegneemt. Wees dus eerlijk en open tegen uw arts en vertel het hem/haar als u nog pijn hebt. Pijn kan grotendeels worden onderdrukt en beheersbaar gemaakt, maar daarbij heeft uw arts wel uw informatie nodig.

Volg de voorschriften van uw arts nauwgezet op.
Het is belangrijk dat u de hoeveelheden die uw arts u voorschrijft, precies en op vaste tijden inneemt. De morfinetabletten die u slikt, werken 12 uur lang. Dat betekent dat u ’s ochtends en ‘s avonds voor het slapen gaan uw tabletten kunt innemen. Dan hoeft u ’s nachts niet wakker te worden.

Hebt u nog vragen? Raadpleeg uw arts!
Als na het lezen van deze folder (dit artikel) nog vragen hebt, bespreek deze dan met uw arts. Hij/zij kan en zal u altijd een antwoord geven.

Bron: ASTA Medica bv.

Share This