Selecteer een pagina

Interview met Mw. Dr. E.R.(Ercolie) Bossema een van het onderzoeksteam.

Ercolie is afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht met als richtingen Cognitieve functiestoornissen (Neuropsychologie) en Gezondheidspsychologie. Ercolie was zéér betrokken bij het onderzoek naar kenmerken van passend werk bij fibromyalgie. Het verslag van dit onderzoek stond in maart 2010 in het FES magazine. Naar aanleiding van dit verslag heb ik Ercolie een aantal vragen mogen stellen.


Wie heeft de opdracht gegeven dit onderzoek te gaan doen en waarom?
De onderzoeksgroep Psychoreumatologie van professor Rinie Geenen doet onderzoek naar psychosociale aspecten van reumatische aandoeningen. Bij dit onderzoek is sprake van goede samenwerking tussen onderzoekers en onderzoekspartners. Onderzoekspartners zijn patiënten die nauw betrokken zijn bij alle fasen van het onderzoek. Het onderzoek naar passend werk is ontstaan vanuit het kwartaaloverleg met de onderzoekspartners. Zij zijn betrokken geweest bij zowel de ontwikkeling van de vraagstelling als bij de uitvoering en verslaglegging van het onderzoek. Ook voor het vervolgonderzoek zal worden overlegd met de onderzoekspartners. De uitvoering van het onderzoek is gefinancierd door de FES.

Wat waren jullie verwachtingen van dit onderzoek?
Wij hadden zelf geen verwachtingen. Wij wilden weten wanneer mensen met fibromyalgie werk als passend ervaarden. Daarom hebben wij dat aan hen gevraagd.

Hoe is het onderzoeksteam tot stand gekomen?
Het onderzoek naar passend werk is bedacht tijdens het kwartaaloverleg van onderzoekers van de onderzoeksgroep Psychoreumatologie (Ercolie Bossema, Marianne Kool, Henriët van Middendorp en Rinie Geenen) met de onderzoekspartners die de patiënten vertegenwoordigen (Paulien Vermaas en Miranda de Jong). Voor de uitvoering is de hulp van een masterstudent (Daan Cornet) van de afdeling Klinische en Gezondheidspsychologie gevraagd.

Wat vond jezelf van dit onderzoek?
Voor het onderzoek zijn twee bijeenkomsten met mensen met fibromyalgie gehouden. Het was erg nuttig leerzaam om deze mensen zelf te spreken en om met elkaar te discussiëren over passend werk.

Hoe lang hebben de voorbereidingen geduurd voordat men aan het onderzoek kon beginnen?
Begin 2009 is het projectvoorstel geschreven en is de FES om subsidie gevraagd om het onderzoek te kunnen uitvoeren. De uitvoering duurde van maart t/m juni 2009. Daarna zijn de resultaten geanalyseerd, opgeschreven en in maart 2010 gepubliceerd.

Had je al enig idee hoe dit onderzoek te beginnen?
We wilden graag weten wat voor mensen met fibromyalgie kenmerken van passend werk zijn. Om dit te achterhalen hebben we gebruik gemaakt van de methode die ook in het onderzoek van Marianne Kool naar onbegrip bij onzichtbare aandoeningen is gebruikt. Allereerst hielden we interviews om zo zoveel mogelijk kenmerken te achterhalen. Vervolgens vroegen we om de kenmerken in groepen onder te brengen. Op deze manier konden we het grote aantal kenmerken terugbrengen tot de belangrijkste overkoepelende kenmerken. Op basis hiervan hopen we in de toekomst een vragenlijst te kunnen ontwikkelen waarmee we verder onderzoek kunnen doen.

Hoeveel mensen hebben er precies aan dit onderzoek meegedaan?
Er hebben 10 vrouwen meegedaan aan de interviews (om zoveel mogelijk kenmerken van passend werk te achterhalen). Er hebben 16 mensen (15 vrouwen en 1 man) aan de sorteertaak (het onderbrengen van de kenmerken van passend werk in groepen).

In het onderzoeksartikel stond dat één heer gereageerd had om deel te nemen aan dit onderzoek. Hoe zou het komen volgens jou dat zo weinig mannen hebben gereageerd?
Omdat fibromyalgie veel meer bij vrouwen dan bij mannen voorkomt, is het niet verwonderlijk dat er vooral vrouwen hebben gereageerd op de oproep om deel te nemen aan het onderzoek. Vrouwen zijn überhaupt vaker bereid om aan onderzoek mee te doen.

Het sorteren van de (kaartjes) opdrachten was voor mij véél zoek en denkwerk. Hoe hebben anderen dit ervaren?
De reacties na afloop van het sorteren van de kaartjes verschilden per persoon. Sommigen waren snel klaar. Bij anderen kostte het sorteren best enige moeite en duurde de taak wat langer. Sommigen gingen heel gestructureerd te werk, terwijl anderen meer op gevoel de kaartjes bij elkaar legden.

Dit onderzoek ging hoofdzakelijk over kenmerken van passend werk bij fibromyalgie. Kwamen door dit onderzoek ook andere zaken naar boven die eventueel belangrijk kunnen zijn voor een vervolgonderzoek?
Uit het onderzoek kwam naar voren dat sociale instanties als het UWV een belangrijke rol spelen in de randvoorwaarden voor passend werk. Wij zouden graag met het UWV en arbeidsdeskundigen willen bespreken hoe deze rol (beter) kan worden ingevuld. Op dezelfde manier zouden wij met werkgevers willen overleggen hoe werk passender gemaakt kan worden voor mensen met fibromyalgie.

Ik wil Ercolie ontzettend hartelijk bedanken dat ze de vragen heeft willen beantwoorden en toestemming heeft gegeven dit interview te mogen plaatsen op het forum en huub’s fibromyalgiewebsite. Laten we met z’n allen hopen dat er goede contacten worden gelegd met de sociale instanties als het UWV én de politiek. Want dit is ontzettend belangrijk. Belangrijk dat we met z’n allen op één lijn komen en zoals Ercolie al zegt bespreken hoe deze rol (beter) kan worden ingevuld. Er is dus nog zéér veel werk te doen. Uiteraard heeft dat alles veel tijd nodig.

HUUB: Omdat fibromyalgie veel meer bij vrouwen voorkomt dan bij mannen?
Is dat wel waar? Er zijn vast zéér veel mannen met fibromyalgie, maar velen durven er niet voor uit te komen dat ze deze ziekte hebben. Of ze zijn bang hun baan te verliezen. Vinden het moeilijk om het tegen hun partner, kinderen, werkgever, collega’s te vertellen, bang om niet voor vol te worden aan gezien. Veel mannen willen ‘stoer’ overkomen en gaan terwijl ze véél pijn hebben gewoon dóór tot ze daadwerkelijk niet meer kunnen.
Is daar wel eens aan gedacht???

Share This