

De CRvB heeft vandaag drie tussen uitspraken gedaan inzake de door JEEJAR, namens cliënten ingediende hoger beroepschriften. Op latere datum is in 1 zaak op verzoek van die cliënte in die procedure, mevrouw mr. Y. van der Linden als extra gevolmachtigde aangeschoven.
De CRvB volgt volledig de door haar ingeschakelde deskundige professor dr. J.W.M van der Meer die in zijn rapportages niets heeft overgelaten van de rapportages van de verzekeringsartsen en ook niets van de verweren van die verzekeringsartsen op de door hem uitgebrachte expertises.
Het gevolg hiervan is dat alle onderzoeksmethoden die door Stichting Cardiozorg en in deze professor dr. F.C. Visser en mevrouw dr. C.M.C. van Campen als valide en juist moeten worden onderschreven en er volledig rekening mee moet worden gehouden.
Waaronder de kanteltafeltest, geheugentesten (N-Back Test), inspanningstesten zoals de tweedaagse inspanningstest en het gebruiken van vragenlijsten zoals de Checklist Individuele Spankracht (CIS) en de Short Form Health Survey (SF36). Daarnaast de wijze van vaststelling van Post Inspanningsmalaise (PEM), orthostatische intolerantie (OI, houdingsafhankelijke intolerantie, waaronder POTS.
De verzekeringsartsen hebben in meer dan 10 jaar per voorkomend geval deze methoden onder de tafel geveegd en ontkennen dat CVS/ME een somatische ziekte is (dus lichamelijk).
De tussenuitspraak betekent dat het UWV in al deze drie zaken, binnen 8 weken, een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen en dan volledig rekening moet houden wat de deskundige en dus ook Cardiozorg op papier hebben gezet.
Mocht ons dit niet aanstaan dan zal de zaak weer ter zitting bij de Centrale Raad van Beroep worden behandeld.
Maar de huidige uitkomsten zijn dus zeer positief. Ook waren 1Vandaag en Zembla bij het voorlezen van de uitspraken bij de CRvB aanwezig en gaan hier aandacht aan besteden.
De grote vraag is wat er gaat gebeuren met al die CVS/ME patiënten die dus in het verleden op een onjuiste wijze zijn beoordeeld en niet alleen door het UWV maar ook door de rechterlijke macht.
De uitspraken zijn weer te vinden op de Website van de Centrale Raad van Beroep.

